Langlaufreizen

Langlaufen bij Vasa Sport

1. Begrippen, termen en naamgeving
2. Geschiedenis van het langlaufen
3. De technieken
4. Materiaal
5. Langlaufen bij Vasa Sport

 1. Begrippen, termen en naamgeving

Langlaufen

Langlaufen betekent bij Vasa Sport het langlaufen in de loipe. Je maakt gebruik van smalle langlaufski’s (no-wax of wax) zonder staalkanten. Bij het langlaufen beweeg je je voort door middel van de klassieke techniek of de skating techniek. De term crosscountry (XC) skiën is het Engelse woord voor langlaufen en kan dus zowel voor langlaufen in de loipe als langlaufen buiten de sporen gebruikt worden.

Buiten de sporen

Buiten de sporen bij Vasa Sport betekent niet alleen langlaufen buiten de loipe, maar bevat ook de disciplines toerskiën, snowshoeiing en telemarken. Het gemeenschappelijke kenmerk van buiten de Sporen is het op zoek gaan naar de mooiste sneeuw: de ongerepte sneeuw. Voor meer informatie over de verschillende disciplines, de technieken, het materiaal en de reizen die Vasa Sport aanbiedt voor buiten de sporen: lees het volgende artikel: Buiten de sporen reizen

 2. Geschiedenis van het langlaufen

Al in de oudheid was de mens zich ervan bewust dat het eenvoudiger was om je op latten over de sneeuw te bewegen, dan er lopend doorheen te ploegen. De oudste ski werd gevonden in een moeras in het noorden van Zweden en is zo'n 4500 jaar oud. Al in de tiende eeuw werden in Noorwegen 'sneeuwlopers' gebruikt door Koninklijke dienstbodes. Ook waren er skitroepen die een belangrijke rol speelden als verkenners en als soldaten tijdens diverse oorlogen. Langlaufen is dus van oorsprong een praktische vorm van voortbewegen.

Echter, in de negentiende eeuw ontwikkelde het langlaufen zich als sport in Noorwegen. In 1826 schafte het Noorse leger de skiafdelingen weliswaar af, maar de bergbewoners en mensen uit de stad hadden de smaak te pakken. Langzaam ontstonden er krachtmetingen en echte wedstrijden. In midden Europa zou het nog wel wat langer duren voordat het langlaufen als sport zou doorbreken. Sinds het einde van de jaren 60 zijn er Nederlandse langlaufers actief.

Langlaufen onderscheidt zich van het alpineskiën door de beleving. Waar het alpineskiën wordt gekenmerkt door herhaald wachten bij de skilift en afdalingen maken, is het langlaufen een sport waar lichamelijke inspanning wordt beloond door actief bezig zijn in een prachtige omgeving en de belofte van een mooie afdeling na een zware klim. Maar ook voor minder getrainde mensen is langlaufen geschikt. Langlaufen is bij uitstek geschikt voor mensen die graag sportief bezig willen zijn en van de omgeving willen genieten. Een ding is zeker, het “suffe” imago van het langlaufen is onterecht. Het tegendeel van wat veel mensen vinden is waar: Langlaufen is niet voor watjes!

 3. De technieken

Langlaufen is een zeer technische sport. Wie de techniek niet goed beheerst, zal weinig plezier beleven aan de sport. Daarom is goede kennis van de techniek belangrijk. Wij kunnen je de verschillende technieken uitleggen, maar mensen die nog nooit hebben gelanglauft raden wij altijd aan om deel te nemen aan lessen

Klassieke techniek

Bij het langlaufen bestond tot het begin van de jaren tachtig maar één techniek: de klassieke techniek. Hierbij wordt een voorwaartse beweging gemaakt in een getrokken spoor in de sneeuw, de loipe. Er zijn hierbij verschillende technieken.

Diagonaalpas
De diagonaalpas pas je toe op stijgend terrein. De diagonaalpas heeft ongeveer dezelfde beweging als hardlopen. Wanneer je loopt of rent gaan je linkervoet en rechterarm naar voren, terwijl de rechtervoet en linkerarm naar achteren gaan. Bij het langlaufen is de beweging hetzelfde, alleen heb je nog stokken vast waarmee je afzet en glijd je meer door op de ski’s.

Dubbelstok
Dubbelstok pas je toe op vlak of licht dalend terrein. Bij het dubbelstokken – of dubbelpolen – zet je met twee stokken tegelijk af, terwijl de benen naast elkaar blijven en door het spoor glijden.

Dubbelstok met beenafzet
Dubbelstok met beenafzet wordt gebruikt op vlak en licht stijgend terrein. Hierbij worden de twee armen ondersteund door een beenafzet. Gelijktijdig met het naar voren brengen van de armen, vindt er een beenafzet plaats. Je gewicht staat op het afzetbeen.

Visgraat
Wanneer het terrein erg steil wordt, kun je de visgraatpas gebruiken. Hierbij zet je de ski's buiten het spoor en maakt u een V-beweging met de ski’s, terwijl de armen ook hier weer om en om een afzet maken. Als je dit snel doet, is het net of je naar boven rent.

Skatingtechniek

Aan het begin van de jaren tachtig zorgde de Fin Pauli Siitonen voor een ware revolutie in de langlaufwereld. Hij introduceerde de halve schaatspas, waarbij één ski in het spoor blijft terwijl de andere ski een zijwaartse afzet maakt. Deze techniek ging vooral op vlak terrein veel sneller dan de klassieke techniek.

In 1984 werden er steeds meer skating-technieken ontwikkeld, waarmee je ook sneller kon klimmen dan met de klassieke techniek. Bij de wereldkampioenschappen in 1985 in Seefeld kwam de echte doorbraak. De deelnemers, die de skating-technieken al goed onder de knie hadden wonnen de wedstrijden. De wereldkampioenen van 1982, die nog met de klassieke techniek onderweg waren, eindigden ver achter in het veld. Even dreigde de klassieke techniek helemaal uit het wedstrijdlanglaufen te verdwijnen, maar de internationale skibond besloot vanaf 1987 wedstrijden in beide technieken te organiseren.

Bij de skatingtechniek maak je met de benen een zijwaartse, schaatsbeweging, die weer door de armen wordt ondersteund. De ski's die hiervoor worden gebruikt zijn korter dan de klassieke ski's, terwijl de stokken vaak langer zijn. Ook hier zijn er weer verschillende technieken toe te passen. Bij deze technieken ligt het grootste onderscheid in het ritme van de armen en benen.

Langlaufschaatspas
De meest gebruikte techniek is de langlauf-schaatspas, waarbij de armafzet tussen de beide beenafzetten plaatsvindt en er dus 3 afzetmomenten na elkaar zijn. Deze techniek is vooral goed bruikbaar op de wat steilere klimmen.

1 op 1
De 1 op 1-techniek pas je toe op licht stijgend terrein. Bij iedere beenafzet doe je een afzet van beide armen. Arm- en beenafzet zijn gelijktijdig klaar.

Rolskischaatspas
Verder onderscheiden we de rolskischaatspas die twee fasen kent. De arm-/stokafzet vindt gelijktijdig plaats met één van de beenafzetten. Deze pas gebruik je vooral op vlakke en licht dalende stukken. Deze beweging is de meest gebruikte pas door rolskiërs, vandaar deze benaming.

Ladystep of diagonaal schaatspas
De ladystep of diagonaal schaatspas wordt toegepast als het spoor steil omhoog gaat. Je stapt met ski’s in V-stand al glijdend naar boven, waarbij beide armen de beweging ondersteunen.

 4. Materiaal

Op het moment dat je er voor kiest om materiaal te huren of kopen, is het van belang te weten welke techniek je gaat beoefenen: klassiek of skaten. Voor het skaten heb je skating ski’s nodig, voor klassiek kun je kiezen uit waxski’s en no-waxski’s. Een zorgvuldige keuze bij aanschaf of huur van ski’s is belangrijk. Het passen en meten van de juiste ski die bij je past luistert nauw. Zeker als je overweegt om ski’s aan te schaffen, adviseren wij je om dit bij een langlaufspecialist te doen. Deze neemt voldoende tijd voor het passen en meten. In de Vasa Shop hebben wij de mogelijkheden en de expertise om jou de juiste ski’s aan te meten.

Klassieke langlaufski’s

Langlaufski’s worden aangepast aan je gewicht, lengte, conditie en kracht. Daarnaast is van belang in hoeverre je de techniek al beheerst. Bij klassieke langlaufski’s is de spanning van de ski’s namelijk een belangrijke en bepalende factor: heb je ski’s met een te hoge spanning, dan moet je veel kracht zetten om een goede afzet te kunnen geven. Hebben je ski’s een te lage spanning, dan heb je een prima afzet, maar glijd je nauwelijks. De kunst is om een goede balans hiertussen te vinden. Dit kan de langlaufspecialist voor jou bepalen. In de Vasa Shop staan verschillende meetinstrumenten klaar!

Skating ski’s

Skating ski’s bestaan uitsluitend uit een glijdgedeelte, deze kent geen afzetdeel. Door de skating-techniek wordt de afzet gedaan met de binnenkanten van de ski, de schaatsbeweging. Ook bij skating ski’s is de juiste lengte en spanning belangrijk om een goede afzet en glij mogelijk te kunnen maken.

Stokken, schoenen en bindingen
Met alleen ski’s zijn we er niet. Stokken, schoenen en bindingen mogen ook niet ontbreken.

De stokken voor klassieke skitechniek wijken af van de skating. Skatingstokken zijn langer dan klassieke stokken. Het is dus belangrijk dat je daarop let bij de aankoop van de stokken. 

Bij het langlaufen maak je gebruik van speciale langlaufschoenen en bindingen. Deze schoenen zitten met de neus vast in de binding. Bij het langlaufen is dus je hak vrij van de ski. Voor de klassieke techniek worden andere langlaufschoenen gebruikt dan voor de skating ski’s. Door de skatingtechniek hebben de skatingschoenen vaak een verstevigd hielgedeelte. Er bestaan ook combischoenen, die voor zowel skating als klassiek geschikt zijn. Daar zit een kunststof kap over de hiel, die eraf gehaald kan worden. Zo wissel je, als je beide technieken wilt skiën, je schoenen eenvoudig af. De binding op de ski is afhankelijk van het soort schoen dat gebruikt wordt, of andersom.

De keuze is aan jou
Afhankelijk van de skitechniek, kun je het materiaal kiezen. Dit betekent dat als je beide vormen wilt beheersen, zowel klassiek als skating, je twee sets materiaal zult moeten aanschaffen. Voor de beginnende langlaufer is het altijd aan te raden om de eerste keer materiaal te huren. Dat kan ook bij Vasa Sport, via deze link.

Onderhoud

Langlaufski’s hebben onderhoud nodig! Dat geldt ook voor no-wax ski’s, alhoewel de naam anders doet vermoeden. Bij wax-ski’s zorg je er zelf voor dat het afzetgedeelte van de ski met de juiste wax is geprepareerd. De waxkeuze is afhankelijk van de sneeuwomstandigheden (soort sneeuw, temperatuur, ontwikkeling gedurende de dag). Daarnaast moet je ervoor zorgen dat het glijdgedeelte voorzien is van goede glijwax.

Het bepalen van de juiste afzet- en glijwax wordt door sommigen wel gezien als een wetenschap. Bij wedstrijden doen waxmeesters vaak erg geheimzinnig over de wax die men op de ski’s van de winnende atleet heeft gedaan. Voor de recreant zal het zo ver niet komen, maar om echt optimaal te kunnen genieten van je waxski’s, is kennis van skipreparatie noodzakelijk. Als je van deze dimensie in de sport houdt en met de verschillende soorten wax bezig wilt zijn, is dit de voorpret van het langlaufen.

Als je niet al te veel tijd wilt besteden aan het waxen van de ski’s zijn no-wax ski’s een uitkomst. Het is een groot misverstand dat no-wax ski’s geen enkele behandeling nodig hebben. Allereerst zullen ook deze ski’s moeten zijn voorzien van een laag glijwax. Daarnaast kan het afzetgedeelte in sommige sneeuwomstandigheden worden behandeld met een special serum, wat voorkomt dat de sneeuw aan je ski blijft plakken. Het voordeel van no-wax ski’s is echter wel dat je ’s ochtends snel kunt gaan langlaufen.

Daarnaast is het voor het behoud van de ski’s noodzakelijk dat zij na het skiën, voor perioden dat zij langere tijd niet worden gebruikt, goed onderhouden worden. De ski’s moeten goed schoongemaakt worden en in de zogenaamde zomerwax gezet worden. Je kunt ze dan met een gerust hart opbergen voor het volgende winterseizoen. Je kunt deze waxbeurt ook door Vasa Sport laten doen!

Kleding

Tijdens het langlaufen levert je lichaam veel inspanning. Je zult het daarom snel warm krijgen. Het advies is om daarom meerdere dunne lagen kleding over elkaar te dragen. In dat geval kun je onderweg eenvoudig een laagje kleding uittrekken als het te warm wordt.

Over het algemeen moet je langlaufkleding comfortabel en flexibel zijn. Je begint altijd met goed thermisch ondergoed: shirt, broek en sokken. Thermo-ondergoed zorgt voor goede isolatie, een goede doorvoer van transpiratie en is sneldrogend. Katoenen kleding is af te raden. Katoenen kleding wordt nat door transpiratie, waardoor je het alleen maar koud zult krijgen. Over het ondergoed kun je vervolgens een shirt met lange mouwen dragen (ook geen katoen!) en een wintertight, al dan niet met een windstopper. Over het shirt kun je vervolgens een jack dragen.

Bij het langlaufen zijn handschoenen ook erg belangrijk. Deze beschermen tegen de kou en tegen pijnlijke plekken of blaren. Door de stokinzet komt er druk of wrijving op je handen. Met de juiste handschoenen voorkom je dat. Doordat de meeste warmte via het hoofd verdwijnt is het ook raadzaam een dunne wintermuts te dragen. In de Vasa Shop hebben we een uitgebreid assortiment specifieke langlaufkleding.

 5. Langlaufen bij Vasa Sport

Het is nog maar kort geleden dat langlaufen uitsluitend werd gezien als skiwandelen, een sport voor ouderen. Vasa Sport bewijst echter het tegendeel. Langlaufen kan op heel veel niveaus worden gedaan. Skiwandelen is één optie maar het echte langlaufen kenmerkt zich door een uitdagend technisch spel van afzetten en glijden. De snelle opeenvolging van klimmen en dalen doet een beroep op conditie en doorzettingsvermogen. Sportlanglaufen is dé duursport in de sneeuw.

Als je deelneemt aan een Vasa Sport-reis helpen wij je de langlauftechniek te leren dan wel te verbeteren. Ervaring is niet nodig, wie regelmatig sport en een conditionele inspanning niet schuwt, is van harte welkom. Tijdens de reizen is er veel aandacht voor instructie, maar er worden ook tochten gemaakt. Je kunt ook deelnemen aan verschillende marathons, zoals de Birkebeiner en de Vasaloppet.

Bekijk de reizen >>